De ragdoll is een zeer bijzonder ras. Met hun zware botten en gespierd lichaam zijn deze dieren de vriendelijke reuzen van de kattenwereld. Het opvallende van de Ragdoll is zijn rustige, zachte karakter en niet te vergeten het enorme vertrouwen in de mensen. Ragdolls zijn sociale dieren die niet snel ergens van onder de indruk zijn. Met soortgenoten en andere huisdieren zoals de hond, gaan ze goed mee om. In een dreigende situatie zal de Ragdoll eerst proberen te vluchten, zijn nagels en tanden zal hij in uiterste noodgevallen gebruiken. Ragdolls zijn zachtaardig, elegant, aanhankelijk en intelligent. Ze houden ervan op tijd verzorgd en geknuffeld te worden nieuwsgierigheid van de Ragdoll is groot en zijn daardoor vaak in uw omgeving te vinden. Van eenzaamheid houden ze niet.

De halflangharige vacht vertoont geen neiging tot klitten, en heeft daardoor weinig verzorging nodig. Eenmaal in de week een borstel of kam erdoor heen halen is dan ook wel voldoende. In de ruiperiode is het wel aangewezen om de kat dagelijks te borstelen of te kammen. Dit ter voorkoming van klitten en dat de kat de dode haren zelf oplikt en last krijgt van haarballen. Ragdolls worden wit geboren, na ongeveer 2 weken krijgen ze kleur aan de oren, poten, kop en staart. Een paar weken later wordt ook de variëteit duidelijk. Het kan tot 3 jaar duren voordat de Ragdoll volledig is uitgegroeid en uitgekleurd. De katers wegen tussen de 6 en 8 kilogram, de poezen daarentegen wegen 1 à 2 kilogram lichter.

Ragdolls zijn er in de volgende kleuren:
bluesealredcremeEn in de volgende variëteiten: colorpointmittedbicolourlynxtortie

  • seal
  • blue
  • chocolate
  • lilac
  • red
  • creme
  • solid

En in de volgende variëteiten:

  • colorpoint
  • mitted
  • bicolour
  • lynx
  • tortie

Geschiedenis

De legende wil dat de witte Angora (Josephine genaamd), nadat ze zwaar gewond was geraakt bij een ongeluk tijdens haar zwangerschap kleintjes ter wereld bracht die abnormaal veel pijn konden verdragen. Tegenwoordig weten we dat een ongeluk zo’n invloed op een nest kittens niet kan hebben. Dit alles is begonnen in 1963 in Riverside, Californië, U.S.A. In 1965 werd de Ragdoll in de U.S.A. erkend.

In 1975 vroeg Ann Baker de fokker van dit ras, een patent aan op de naam Ragdoll, waardoor zij volledige controle over dit ras verkreeg. Een paar van haar klanten, waaronder Laura en Denny Dayton zijn onder dit patent uitgekomen, en kebben de Ragdoll verder ontwikkeld met hun Ragdoll-Cattery “ Blossom Time”. Hierdoor is de Ragdoll het mooie ras geworden zoals we het tegenwoordig kennen.

Begin jaren negentig werd de eerste Ragdoll in Nederland aangekocht. Het was toen nog geen erkend ras, maar doordat er regelmatig mee geshowd werd is dit ras later ook erkend . Het ontstaan van dit ras zou te danken zijn aan de samenkomst van een niet raszuivere Perzische langhaar (die de Ragdoll zijn formaat meegaf) en een heilige Birmanees (die verantwoordelijk is voor de kleurschakering van de variëteit seal mitted). Ook andere rassen, zoals de Burmees, de Heilige Birmaan, en andere hebben in het beginstadium ook een rol gespeeld.  

Gezondheid

Vanzelfsprekend worden de dieren hier getest op erfelijke aandoeningen. Zowel voor HCM, PKD en Cin (via DNA en echo). Als voor Felv en Fiv. De uitslagen zijn hier altijd in te kijken.

HCM (Hypertrofische CardioMyopathie)

HCM is de afkorting voor Hypertrofische CardioMyopathie. Dit is een aandoening van de hartspier, die gekenmerkt wordt door het dikker worden van de hartspier. Deze aandoening kan zowel verkregen zijn (bijv. door een te hard werkende schildklier) maar ook erfelijk. De erfelijke vorm van HCM leidt meestal al op jonge leeftijd tot problemen (<2 jaar), maar ook kennen we katten die een geleidelijker ziekteverloop hebben. Bij de erfelijke HCM zijn de spiervezels op microscopisch niveau afwijkend en functioneren niet normaal. Uiteindelijk leidt dit tot een gestoorde werking van het hart. Katten kunnen acuut dood neervallen of symptomen ontwikkelen als benauwdheid, slecht eten, vermageren, achterhandsverlamming. Bij de Maine Coon is al redelijk wat onderzoek gedaan en hier lijkt HCM autosomaal dominant over te erven. Of dit bij andere katten en bij alle Maine Coons zo is, weten we niet. Waarschijnlijk zijn er, in analogie naar de mens, meerdere genen die HCM kunnen veroorzaken.

HCM kan bij alle raskatten voorkomen. “Bekende rassen” zijn o.a. de Maine Coon, Brits Korthaar en Ragdoll. Echter ook bij andere rassen komt het voor, maar omdat daar vaak nog beperkt getest wordt en ook niet altijd sectie wordt gedaan, is hier nog weinig informatie over beschikbaar.HCM kan onderkend worden met een echografisch onderzoek. Een negatieve test (normaalbeeld) is helaas geen garantie voor “HCM vrij” zijn. Hoe ouder de kat is bij een test, des te meer waarde heeft een negatieve test. De meeste katten met HCM ontwikkelen dit nl. meestal op jonge leeftijd. Het meest ideale zou dus zijn om ouders, grootouders en overgrootouders te testen.Daarnaast moet zoveel mogelijk sectie gedaan worden bij katten die onverwachts overlijden. Op deze manier moet het mogelijk zijn om bepaalde lijnen in kaart te brengen.Voor dieren waar actief mee wordt gefokt, geldt een advies om de HCM test jaarlijks te herhalen. Voor dieren die niet meer actief in de fok zijn, maar wel nakomelingen hebben, is het testadvies 2-jaarlijks. Ook HCM testen dienen te gebeuren door een ervaren onderzoeker met goede apparatuur (een apparaat met mogelijkheid tot Doppler onderzoek heeft de voorkeur. Het onderzoek kan staande of liggend worden uitgevoerd (afhankelijk van de voorkeur van de onderzoeker). Er wordt een klein stukje van de vacht geschoren in de rechter oksel en hier wordt gel op de huid aangebracht. Ook voor een HCM test dient u de stamboom mee te brengen (of een copie). Nuchter zijn is niet strikt nodig. Alleen als een kat echt vervelend is en zich niet laat onderzoeken, kan sedatie (lichte verdoving) nodig zijn. Uit dat oogpunt is het handig als de kat wel nuchter is. Een sedatie is echter zelden nodig.

Bron en meer info: www.andie.org.uk/hcm/index.htm

PKD (Polycystic Kidney Disease)

PKD is een afkorting van Polycystic Kidney Disease. Dit is een erfelijke aandoening die bij katten voorkomt. Bij dieren die deze afwijking hebben, zijn in beide nieren meerdere cysten (=holtes met vloeistof) aanwezig. Kenmerkend is dat zowel het aantal cysten, als de omvang van de cysten toeneemt met de leeftijd. Klachten ontstaan dan ook meestal pas op middelbare-oudere leeftijd. Dan pas zijn er zoveel cysten en zulke grote cysten dat het normale nierweefsel in zijn functie tekort gaat schieten. Er ontstaan dan symptomen als veel drinken en plassen, slecht eten, vermageren, braken.Er zijn duidelijke verschillen tussen de rassen. Bij de Perzische kat komt PKD het meeste voor (naar schatting heeft in Nederland ongeveer 1/3 van de Perzen populatie deze aandoening), maar ook bij rassen waar Perzen in zijn gefokt, zoals bijv. Britse Korthaar, komt PKD voor.

PKD erft dominant over. Er is op dit moment het meest betrouwbaar op te testen met een echografisch onderzoek. De minimum leeftijd is 6 maanden. D.w.z., men kan wel eerder testen, maar bij een PKD negatieve uitslag, heeft dit nog beperkte waarde. Het onderzoek moet dan ook herhaald worden. Vanaf een leeftijd van 10 maanden is de betrouwbaarheid van een echo onderzoek ongeveer 95%. Een PKD onderzoek hoeft in principe niet herhaald te worden (tenzij bij bepaalde dubieuze gevallen, of bij dieren jonger dan 6 maanden).Voor een betrouwbare PKD uitslag is het van essentieel belang dat dit onderzoek wordt uitgevoerd met een kwalitatief goed echo apparaat (om ook hele kleine cysten van bijv. 1 mm doorsnee te kunnen zien) én door een deskundig persoon met voldoende ervaring. In Nederland is afgesproken, dat dit onderzoek daarom alleen bij erkende specialisten veterinaire radiologie uitgevoerd dient te worden.Sinds kort is er ook een DNA test voor PKD beschikbaar, deze is tot nu toe echter alleen valide voor de Perzische kat en katten die daaraan gerelateerd zijn Katten die dit onderzoek ondergaan worden op een speciaal kussen gelegd in rugligging. Er wordt een klein stukje van de buikhuid geschoren (bij langhaar rassen lukt het soms zonder scheren, bijv. als er binnenkort geshowd moet worden met de kat). Er wordt gel op de huid aangebracht en dan wordt het onderzoek uitgevoerd. Het duurt ongeveer 10 minuten. De schriftelijke uitslag krijgt u direct mee. Voor het onderzoek moet de kat wel nuchter zijn en u moet een kopie van de stamboom meenemen.

CIN (Chronische Interstitiele Nefritis)

CIN is een andere nierafwijking die met een PKD test onderkend kan worden. CIN betekent chronische interstitiele nefritis; dit is een chronische ontsteking van het tussenweefsel in de nieren, wat leidt tot bindweefsel toename. In de volksmond wordt dit ook wel schrompelnieren genoemd. Het leidt tot klachten omdat er steeds minder gezond nierweefsel overblijft. De klachten kunnen zijn: veel drinken en plassen, slecht eten, braken, vermageren, slechte vacht. Bij bloedonderzoek worden in een later stadium ook meestal verhoogde nierwaarden (ureum en kreatinine) gevonden.

Vaak wordt de ziekte klinisch duidelijk als de nieren zwaarder belast worden. Vandaar dat het vaak duidelijk wordt als een poes drachtig is of kort geleden bevallen is. De ziekte komt echter bij poezen en katers voor.

CIN kan verkregen zijn (meestal bij oudere dieren) maar ook erfelijk (dan meestal al op jonge leeftijd te onderkennen). Tot op heden is CIN vooral gevonden bij de Ragdoll. Er zijn echter gegevens die er op duiden dat ook bij andere rassen dergelijke problemen voor kunnen komen. Bij de Ragdoll zijn heel duidelijk familiaire verbanden aanwezig, daarmee is erfelijkheid dus zeer aannemelijk. Hoe de overerving is, is nog niet duidelijk. Hoe meer getest wordt en hoe meer informatie beschikbaar komt, des te beter kunnen we hier inzicht in krijgen.

Bij echografie kan het volgende gevonden worden: de nieren zijn abnormaal van vorm met een onregelmatig oppervlak. Vaak is één of beide nieren te klein. De schors van de nieren (buitenste weefsellaag) wordt vaak breder, witter en vlekkerig. Het merg (binnenste weefsellaag) is moeilijker te herkennen.Ook dit zijn weer veranderingen die (zeker in een beginstadium) alleen door een geoefend onderzoeker vastgesteld kunnen worden.Doch om zeker te zijn dat je kat CIN positief is, moet men een disectie doen op de nier, nadat je lieverd is overleden.